van Teun tot Ton

Het leven van de familie van Klaveren
in Amsterdam

Teun de "bullebak"


Op 17 Augustus 1773 wordt op het kantoor van de secretaris van de hoofdofficier te Amsterdam: notaris Mr. Hendrik Daniel van Hoorn, aan de Keizersgracht, een “attestatie” ofwel verklaring afgegeven door maar liefst 14 getuigen betreffende aanhoudende pesterijen gericht op vroedvrouw Stijntje Bolwijk en haar gezin.

getuigen

De lijst van 14 getuigen

(bron: Stadsarchief Amsterdam; Archief van de Notarissen ter Standplaats Amsterdam, inv. 5075)

Stijntje Bolwijk, vroedvrouw en wonende aan de Lindestraat bij de Noorderkerk, verklaart dat ze op een zekere dag twee overbuurvrouwen ziet ruzie maken. Een van hen is hoogzwanger. Ze stapt erop af om ze uit elkaar te halen wat lijdt tot een ruzie.

Eén van die buurvrouwen is Maria Lomo, echtgenote van Teunis van Klaveren.

Blijkbaar heeft Stijntje hierover geklaagd bij de hoofdofficier die vervolgens een gebod heeft uitgevaardigd aan Maria en haar familie om Stijntje en haar familie ongemoeid te laten.

Maria is daar niet van gediend en laat dit merken ook. Twee dagen na het eerste voorval is Maria, met veel gescheld, verhaal komen halen bij Stijntje

Vervolgens verklaren Stijntje, haar zoon, haar schoonmoeder, schoonmaakster en beneden buurvrouw, dat in oktober 1772 Maria nogmaals naar het huis van Stijntje is gekomen en ze weer heeft uitgescholden. En nu heeft ze Stijntje en haar schoonmoeder zelfs fysiek belaagd.


"… op een seer brutale wijze sonder eenige voorafgaande woorden of kwestie is beginnen te schelden, te bedrijgen en een groot rumoer te maaken en vervolgens, na sulx een geruyme tijd had geduurt, zig niet ontzien om haar zelf en daarna ook haar schoonmoeder die aan haar deur stonden met gewelt aan te vatten en van haar huys af te trekken."

Stijntje, haar man, zoon, schoonmoeder, schoonmaakster, onderbuurvrouw, bovenbuurvrouw en bovenbuurman verklaren allen dat in de periode oktober 1772 tot juli 1773 het verbale geweld van Maria zich meerdere maken herhaalt. Maria wordt daarbij geassisteerd door meerdere onbekende mensen en soms door haar dochter. Dit zal de 16-jarige Dorothea zijn.


"………alderbrutaalste gewelt heeft aangerigt met schelden, vloeken, rasen, waardoor dan gewoonlijk een geheel burengerugt is ontstaan."

Dezelfde getuigen, aangevuld met nog een buurman, verklaren dat ditzelfde gebeurde op 7 Augustus 1773. Maria verscheen toen bij het huis van Stijntje vergezeld door dochter Dorothea en nu ook zoon Willem van 18 jaar, en weer een heleboel onbekende mensen. En dat leidde weer tot overlast voor de buurt."


"…..veele meerder andere menschen voor t'huys van Stijntje zijn geweest en onder veele en swaare dreygementen zo tegens Stijntje en haar man als tegens hun geheele huysgezin op een seer verregaande wijze hebben gescholden en geraast sodanig dat daardoor weder een geheel buurengerugt is ontstaan."

De zoon van Stijntje wordt diezelfde dag door Teun op straat geconfronteerd met de vraag waarom hij zijn dochter [Dorothea] lastig heeft gevallen, wat hij ontkent. Het is niet helemaal duidelijk waar Teun de jongen van beschuldigde maar het was belangrijk genoeg voor de vriend van Stijntje’s zoon om zich ermee te bemoeien. De vriend van de zoon wordt vervolgens door Teun uitgemaakt voor “jongen” wat hij niet op zich laat zitten en hij ontkent dat hij een “jongen” is. Dit lijdt tot een handgemeen, resulterende in een zwaar bebloed gezicht van de “jongen”.

bloedneus


"…..op t'seggen van hem dat hij geen jongen was, hem aanvatte, op een brutale wijze bejegende, soodanig dat hij in zijn aangezigt swaar bloede."

Tja, blijkbaar dus was hij dus wel een “jongen”. Teun was toen 44 jaar en de “jongen” was 20 jaar oud.

Vervolgens zijn er nog twee getuigen die het voorval op de Prinsengracht gezien hebben en zelfs hebben geprobeerd om de vechtersbazen te scheiden, maar Teun was niet te kalmeren.


"…daarbij komende om dezelve te scheyden, dog den gemelde Teunis van Claveren wilde altijd weder deze aanvallen."

Stijntje en familie verklaren dat de brutaliteiten dagelijks toenemen en hebben daarom nogmaals een gebod gevraagd aan de hoofdofficier om Stijntje en haar familie en alle andere getuigen ongemoeid te laten.

En blijkbaar was de bloedneus niet voldoende want ook Teun’s zoon Willem bemoeit er zich mee. Hij wacht Stijntje’s zoon op en valt hem aan. Dankzij het ingrijpen van een andere getuige is Stijntje’s zoon kunnen vluchten.


"….ben je daar, schurk, en maakte aanstonds beweeging om hem aan te vallen, trekkende tegelijk zijn rok uyt en gaf hem ook een stoot op de borst."

Afsluitend verklaren alle getuigen dat de actie van Maria en haar dochter een zware wissel trekt op de kwaliteit van het leven van Stijntje en haar familie.


"….brutaliteyten van bovengemelde Maria van Claveren en haar dogter op en tegens deze dagelijks so menigvuldig en groot zijn, dat het voor hun bijna niet mogelijk is in vrede en rust te wonen of haar deur in en uyt te gaan."

Op 31 Augustus 1773 wordt deze zaak voorgelegd aan de “weledel gestrenge heer Willem Gerrit Dedel Salomonszoon”, hoofdofficier van Amsterdam en Ambachtsheer van Sloten en Sloterdijk, geassisteerd door twee schepenen.

De vier gedaagden zijn Teunis van Klaveren, Maria Lomo, Willem van Klaveren en Aagje Bel (handlanger van Maria). De gedaagden verzoeken bij deze zitting om te worden gehoord. Dit wordt toegestaan. Vervolgens wordt de zitting verdaagd en de gedaagden vrijgelaten.


Den gedaegde in persoon gecompareert zijnde heeft den hooftofficier versogt den gedaegde te mogen hooren ….. .., heeft de heer hooftofficier overleyt dat deeze saake sal worden gecontinueerd verdaged & den gedaegde onder handekening ontslaagen.

vonnis

Het vonnis van Teun, Willem, Maria en Aagt

(bron: Stadsarchief Amsterdam; Archieven van de Schout en Schepenen, inv.5061)

Op 12 Oktober valt dan het vonnis. Blijkbaar is het verweer van Teunis, Maria, Willem en Aagje niet overtuigend geweest, want allen krijgen hetzelfde vonnis opgelegd: 25 gulden of 2 weken op water en brood zitten.


Scheepenen condemneeren den gedaegde in eene boete van ƒ 25, binnen 3 dagen te betalen of bij faulte vandien 14 dagen te water & te brood te sitten.

Het vonnis geeft ook aan wat de “overtreding” is van de aangeklaagden. Blijkbaar werden de getuigen geloofd op hun blauwe ogen…. Er was geen reden voor aanvullend onderzoek.


Teunis van Claveren………..oover en ter zake dat hij gedaegde op Saturdag, sijnde geweest den 7en Augustus jongstleeden des nademiddags omtrent half twee uuren op de Prince Gracht Gabriel Barbier heeft aangevat, op eene brutale wijze bejeegend, sodanig dat hij in sijn aangesichte swaer bloede.

Willem van Claveren ………. oover en ter zaeke dat hij gedaegde op Donderdag, sijnde geweest den 12 Augustus lestleeden, des middags omtrent te twee uuren op de straet Hermanus Aalders onder eenige scheldwoorden is aangevallen en eene swaere stoot op des borst heeft toegebrachd.

Maria Lomo; huysvr. van Teunis van Claveren ……..oover ende terzake dat sij gedaegdesse, geassisteert met Aagt Bel, mitsgaders haer zoon & dochter en meer andere menschen meenigvuldige rijsen en onder anderen op Saturdag, zijnde geweest de 7de Augustus laastleeden, des middags omtrent drie uuren in de Linde Straet voor het huys van Dirk Aalders en desselfs huisvrouw Stijntje Bolwijk op een seer verregaande wijze hebben gescholden en geraest, dat daerdoor een geheel buurengerugt is ontstaan, niettegenstaande het haer sulks bevorens is geinterdiceert geworden.

Meer dan dit is er niet bekend. Hebben ze de boete kunnen voldoen of hebben ze gezeten op water en brood? Hoe keek de buurt nu naar deze familie? Mogelijk is dit de reden dat de familie daarna verhuist naar “buyten de Utrechtsche Poort” (Nieuwer Amstel) en zou zoon Willem terug zijn gekeerd naar Oude Wetering, de geboortegrond van zijn opa?

Referenties en bronnen