van Teun tot Ton

Het leven van de familie van Klaveren
in Amsterdam

Het papeneiland


Sinds de stadsuitbreiding van 1593 (tweede uitleg) was de populatie van Amsterdam gegroeid van circa 25.000 naar 60.000 inwoners in 1600. Deze toename was te wijten aan de grote stroom van handelslieden vanuit de Zuidelijke Nederlanden die in de Republiek naar nieuw emplooi zochten en van Sefardische joden die vanuit het Iberisch schiereiland vluchten voor vervolging, gevolgd door hun Asjkenazische geloofsgenoten vanuit Oost-Europa. Dit waren ook vaak handelslieden met goede contacten en met kennis van de nieuwe handelslocaties overzee. Toen begin zeventiende eeuw de VOC veel personeel nodig had kwamen uit Scandinavië en Noord-Duitsland zeelieden en wat zich ervoor uitgaf op het werk af.

Het gevolg van het ruimtegebrek was dat de armsten onder de nieuwkomers zich buiten de stad vestigden, maar dat wel met een zo kort mogelijke route naar een stadspoort. Ze huurden of bouwden een kot buiten de omwalling. Die stonden dan, bijna zonder uitzondering, langs de paden op de ontginningsweren die door de Stadspolder van de Herengracht naar de Kostverlorenvaart liepen. In die polder lag ook het Karthuizerklooster, at ondertussen eigendom was geworden van het burgerweeshuis.

Door deze polder in 1609 bij de stad te trekken, is de Jordaan ontstaan (Derde Uitleg). De vormgeving heeft tientallen jaren in beslag genomen. Om de onteigenings- en ontginningskosten zo laag mogelijk te houden, heeft men bij het ontwerp zoveel mogelijk de bestaande ontwateringsstructuur gevolgd, wat de Jordaan zijn typische, afwijkende stratenpatroon geeft.

jordaan

De situatie van de Stadspolder voor de derde uitleg (1618) en de Jordaan na de derde uitleg (1625). Duidelijk is de overeenkomst in oriëntatie van de afwateringsloten en paden, en het latere stratenpatroon.

(bron: Stadsarchief Amsterdam. Berckenrode, Balthasar Florisz (1591-1645), Molevliet, Philippus)

karthuizer hofje

Op de strook grond tussen het klooster (nu Karthuizerstraat) en de Anjeliersgracht (nu Westerstraat) was ooit de boomgaard van het klooster. In 1650 werd daar door de stad een hofje voor weduwen aangelegd: het ‘Huiszitten-Weduwenhof’, naar een ontwerp van Daniël Stalpaert, ook bekend als Karthuizer Weduwenhof of Karthuizer hofje.

Bron: Stadsarchief Amsterdam Wenckebach, L.W.R. (Willem, 1860-1937)

Van het terrein van het Karthuizerklooster werden langzamerhand stukken land afgesnoept om wegen aan te leggen. Over het kloosterterrein werden straten gerooid (Tichel-, Gieter- en Karthuizerstraat) en de vestingwal aangelegd met Lijnbaansgracht, Schans en Singelgracht. Na 1650 liet de vroedschap op het terrein goedkope woningen voor de minvermogenden bouwen: het nog betsaande weduwe hofje.

papeneiland

De Jordaan met het Papeneiland met het Karthuizerkerkhof en de Noorderkerk. Linksboven de Westerkerk.

Bron: Stadsarchief Amsterdam. Danckerts, Dancker

Rondom het Karthuizerklooster vestigden zich veel katholieke immigranten. Het “eiland van de Jordaan” omspoeld door Lindegracht, Brouwersgracht, Prinsengracht, Anjeliersgracht (thans Westerstraat) Lijnbaansgracht, werd ook wel “Papeneiland”. De katholieke inwoners gingen ter kerke in de schuilkerk de Posthoorn en werden begraven op het Karthuizerkerkhof.

De Kartuizer begraafplaats is in 1602 aangelegd in de kloostertuin van het voormalige Kartuizer Klooster. Dat jaar heerste de pest in Amsterdam men wilde de doden niet in het centrum en in de kerken begraven vanwege het besmettingsgevaar. Hier is tot 1860 begraven, tot de Westerbegraafplaats ter beschikking kwam. In 1908 werd op de plaats van het kerkhof een kinderspeelplaats door de vereniging ‘Noorderspeeltuin’ aangelegd. Geruchten gaan dat kinderen soms nog botten vonden en dat er wel eens met schedels is gevoetbald.

De Posthoorn was oorspronkelijk een Rooms Katholieke schuilkerk, gevestigd in het achterhuis van Prinsengracht 7 te Amsterdam. Na de Alteratie in 1578 was het niet-gereformeerden verboden om publiekelijk godsdienstoefeningen te houden. Als Rooms Katholiek was men om die reden genoodzaakt kerkdiensten te houden in woonhuizen en schuilkerken. Eerst werd gebruik gemaakt van een kerkruimte in "'t Friesche Wapen", op de hoek van de Korte Prinsengracht en de Haarlemmerstraat.

de posthoorn

R.K.-schuilkerk met als bijnaam "De Posthoorn", tot 1863 gesitueerd op Prinsengracht No 7. Het Posthoorn teken boven de deur.

Rond 1687 verhuisde de kerk naar de statie De Posthoorn op de Prinsengracht. Dat was de voormalige behuizing van de postkoets naar Haarlem. Hiervan is nog steeds een Posthoorn in de gevel te zien, boven de oorspronkelijke toegang tot het schuilkerkje, het poortje van de Posthoorngang aan de Brouwersgracht tussen de nummers 81 en 89. Uiteindelijk kon men als Rooms Katholiek echter openlijk kerken, en in 1861-1863 werd als opvolger van het schuilkerkje, aan de Haarlemmerstraat de monumentale Posthoornkerk gebouwd en in 1863 in gebruik genomen.

Ook Teun en Maria vestigden zich in dit gebied: eerst op de Kerkstraat (aan het Karthuizerkerkhof) en later in de Lindestraat, waar later nog een akkefietje plaatsvond, wat leidde tot de veroordeling van Teun, zijn echtgenote Maria en hun zoon Willem, voor het veroorzaken van een “geheel burengerucht”.

Referenties en bronnen