Willem Teunisz van Klaveren (1682 - 1730)
De Amsterdamse oorsprong
Van Klaveren
De naam “van Klaveren” is ontleend aan een geografische naam. Wellicht i.v.m. het bezit van klaverakkers of -weiden. Het beroep van de eerst vermelde naamdrager in Koudekerk aan den Rijn duidt hierop. Hij was veehouder en het veldgewas klaver wordt als veevoeder veelvuldig gekweekt. De klaverwei is voor het vee de beste wei.
Bron: CBG | Centrum voor Familiegeschiedenis. Den Haag.
Willem Teunisz van Klaveren is de eerste van onze voorouder die in Amsterdam verschijnt. Willem is gedoopt in 1682 in Rijpwetering, Zuid-Holland, en mogelijk geboren in Oude Wetering. Voor zover valt na te gaan, bestaan er van de familie(s) “van Klaveren” drie grote stammen, waarvan er één afkomstig is uit Koudekerk, op minder dan 10 km afstand van Oude Wetering. Gezien zijn familienaam is het hoogstwaarschijnlijk dat hij de afkomstig is uit een landbouwersgezin uit die buurt.
Op 25 Mei 1705 trouwt Willem in Rijpwetering met Marritje Pieters Geestenbeek uit Haarlem, en samen vertrekken ze naar Amsterdam, waar Marritje 22 jaar later, op 12 Oktober 1727, overlijdt. Willem is dan 45 jaar. Het is niet duidelijk of er kinderen zijn uit dit huwelijk.
De reden van Willems’ komst naar Amsterdam had wellicht te maken met het vinden van werk. Alhoewel de Gouden Eeuw ten einde en de grote groei voorbij was, was Amsterdam nog welvarend genoeg om werkers van buiten de stad aan te trekken.
En Amsterdam was tolerant. Het van oorsprong katholieke Amsterdam zou als laatste grote Hollandse stad de zijde van prins Willem van Oranje kiezen en langzaam calvinistisch worden. In 1576 werd de gehele katholieke stadsregering de stad uitgezet. Maar ondanks deze omwenteling, of “Alteratie”, bleef Amsterdam tolerant voor andersdenkenden, en dus ook voor katholieken, zoals Willem en Marritje.
Een maand na het overlijden van Marritje trouwt Willem met Maria Jooste Kasaart, 22 jaar, uit Haarlem en op 4 Februari 1729 krijgen ze een zoon genaamd Teunis van Klaveren. Het is hun enige kind, want ruim een jaar later overlijdt Willem zelf.
In April 1735, als Teun vijf jaar is, hertrouwd zijn moeder Maria met Pieter Smakzijl, die twee maanden daarvoor zijn eerste echtgenote, Trijntje Bruins, heeft begraven.
Het “smack-zeyl” was de benaming voor het vierhoekige zeil dat gevoerd werd op een “smak”: een 18de-eeuws zeilschip voor de kustvaart waarmee goederen vervoerd werden. Het had een platte bodem waardoor ook het lage water van het waddengebied bevaren kon worden.
Deze gevelsteen van T Smack-Zeyl is te vinden in de gevel van Café Tabac, Brouwersgracht 101, Amsterdam.
Maria en Pieter krijgen nog drie kinderen: Petrus (1736), Wilhelmina (1739) en Nisje (1741). Het is aannemelijk dat Teunis opgroeit met zijn moeder en stief familie Smakzeil, aangezien zijn moeder hem vergezeld (“assisteert”) bij het formeel aangeven van zijn ondertrouw in 1754 en aangezien zijn stiefvader Pieter getuige is van de doop van Teunis’ zoon Pieter in 1758.
Het had dan ook niet onlogisch geweest als onze familienaam “Smakzijl” was geweest in plaats van “van Klaveren”. Dan hadden we ook een eigen gevelsteen gehad.
In de verschillende aktes en registers zijn geen beroepen opgetekend. Wel is het bekend dat de familie in eerste instantie woonde op het Realen Eiland (Westelijke Eilanden) rondom de Zandhoek en Taanstraat. Dit blijkt onder andere uit het ondertrouw akte (1727) en overlijdensakte (1730) van Willem. Ook staat er in de overlijdensakte van de eerste vrouw van Pieter Smakzijl (1735) en uit de ondertrouwakte van Pieter zelf (1735) dat ook hij bij de Zandhoek woont. Het is zeer waarschijnlijk dat Willem, Maria, Pieter en Trijntje elkaar goed kenden. Na het overlijden van Willem en Trijntje, was het huwelijk van Maria en Pieter geriefelijk.
Ook waren de families Rooms Katholiek en gingen ze naar dezelfde schuilkerk “De Posthoorn” aan de Prinsengracht waar de dopen en kerkelijke huwelijksvoltrekkingen plaatsvonden. De overledenen werden begraven op het Rooms-Katholieke Kartuizer Kerkhof, de huidige Noorderspeeltuin in de Jordaan.
Van de Santhoek, Taan(dwars)straat op "Realen Eyland" naar de Jordaan
Willem vestigde zich in de Taandwarsstraat op Realeneiland, waar Teun geboren wordt. Ook wonen hier Teun’s latere stiefvader Pieter Smakzijl en Jan de Graaf, wiens dochter Willemijntje trouwt met Teun’s zoon Pieter, en wiens zoon Crijn trouwt met Teun’s dochter Maria. Gezien de keuze voor deze locatie is het waarschijnlijk dat de mannen werkzaam waren in de scheepsbouw of daaraan gerelateerde nijverheid. Van Jan de Graaf is bekend dat hij scheepstimmerman was.
Duidlijk te zien op deze plattegrond uit 1649 is de "derde uitleg", met de grachtengordel en het stratenpatroon in de Jordaan dat aansluit op het verkavelingspatroon buiten de stadsmuur. In de cirkel de westelijke eilanden.
Bon: Stadsarchief Amsterdam. Joan Blaeu
De Westelijke Eilanden, waar het Realeneiland deel van uitmaakt, werden aangelegd als onderdeel van de derde uitleg van Amsterdam in de periode 1613 tot 1625. De andere twee eilanden zijn Bickerseiland en Prinseneiland.
De eilanden waren bestemd om de haven capaciteit van Amsterdam te vergroten en zijn aangelegd als werkeilanden voor opslag, industrie en aan scheepsbouw verbonden bedrijven. Woonhuizen, anders dan voor personeel werden er niet gebouwd.
Gezicht van het Bokkinghangen naar de Zandhoek. Ca 1810.
Bron: Stadsarchief Amsterdam, Gerrit Hulseboom
Aan de straatnamen kan vaak worden afgeleid welke nijverheid er plaatsvond, zoals “Bokkinghangen”, ofwel haringrokerijen; “Zandhoek”, waar de zandopslag en -markt werd gehouden; en “Taanstraat”, waar zich de touwslagers en taanderijen zich vestigden. Taanderijen maakten zeilen, visnetten en touwwerk beter weerbestendig door ze te koken in een oplossing van eikenhars en betelpalm, wat de typische bruine kleur geeft.
In de 19e eeuw werd de industrie op het Realeneiland zo vervuilend dat het te smerig was om er nog te kunnen wonen. Er werd besloten dat de eilanden alleen maar bestemd zijn voor industrie en dat woningen geen prioriteit hebben.
Zandhoek 8 (rechts) Gezien naar Taanstraat 1-19 (v.l.n.r.) en kruising Taandwarsstraat. Ca 1862
Bron: Stadsarchief Amsterdam. Jacob Olie
Nog voordat Teun 24 jaar oud is, verhuisd hij naar de Kerkstraat en later naar de Lindestraat in de Jordaan.. Zijn ouders verhuizen ook naar de Jordaan: de Anjeliersgracht (nu Westerstraat) en vervolgens Egelantierstraat. Dit stukje Jordaan werd ook wel Papeneiland genoemd, vanwege de overwegend Katholieke bewoners.
In 1776, als Teunis 46 jaar is, overlijdt zijn stiefvader Pieter Smakzijl en vier jaar later zijn moeder Maria Jooste Kasaart op een voor die tijd zeer respectabele leeftijd van 73 jaar. Ze zij allebei begraven op het Rooms-Katholieke Kartuizer Kerkhof.
De Jordaan kwam tot stand tijdens de grote uitbreiding van Amsterdam aan het begin van de 17e eeuw. Het was een buurt voor arbeiders en migranten. De toename van de bevolking was enorm, veroorzaakt door de stroom van vluchtelingen zoals Protestantse Vlamingen, Spaanse en Portugese Joden en Franse Hugonoten die zich vooral vestigden in de Jordaan. Rond 1900 leefden er ongeveer 80.000 mensen, nu ongeveer 20.000. Het was een arme wijk met sloppenwoningen, open riolen en zonder stromend water.
Goudsbloemgracht, voorheen Franse Pad genoemd. Ca 1850
Bron: Stadsarchief Amsterdam, Hekking jr., W.
